Ze zijn beide al uit bed om verhaal te halen. De koude ochtendlucht snijdt door hun pyjama’s heen terwijl ze de straat op rennen, op zoek naar antwoorden. Het was een rustige nacht geweest, tot het geluid van brekend glas hun slaap verstoord had. Nu, met bonzend hart en klamme handen, staan ze voor de deur van de buurman.
“Wat is hier gebeurd?” vraagt de een, zijn stem schril van opwinding.
De buurman kijkt hen zwijgend aan, zijn ogen dof en vermoeid. “Ik weet het niet,” mompelt hij. “Ik hoorde ook het geluid, maar toen ik beneden kwam was er niemand meer.”
De twee vrienden wisselen een blik van ongeloof uit. Wie zou er zo midden in de nacht bij de buurman hebben ingebroken? En waarom? Ze besluiten om verder te zoeken, hopend op aanwijzingen die hen kunnen leiden naar de dader.
Na een lange zoektocht door de buurt vinden ze uiteindelijk een verdacht figuur, verscholen in de bosjes in de achtertuin van de buurman. Met ingehouden adem sluipen ze dichterbij, klaar om toe te slaan. Maar tot hun verbazing blijkt het slechts een verdwaalde kat te zijn, die schichtig opkijkt en wegschiet in het donker.
Met een zucht van opluchting keren ze terug naar huis, hun missie volbracht. Hoewel ze geen antwoorden hebben gevonden op hun vragen, voelen ze zich toch voldaan. Soms is het avontuur zelf de beloning, en de wetenschap dat ze altijd klaar zullen staan om verhaal te halen als dat nodig is.