In het bekende Nederlandse volksliedje “Daar was laatst een meisje loos” wordt gezongen over wie er geschikt zijn om te gaan varen en te kaap’ren. Dit oude volksliedje, dat al eeuwenlang wordt gezongen, vertelt het verhaal van een meisje dat zich verkleedt als jongen om mee te kunnen varen op een schip en mee te strijden tegen de vijand.
In het liedje wordt gezongen dat de kapitein op zoek is naar geschikte matrozen om mee te gaan varen en te kaap’ren. Volgens het volksliedje zijn het vooral stoere en dappere mannen die geschikt zijn om deze avontuurlijke reis aan te gaan. Mannen die niet bang zijn voor gevaar en die hun mannetje kunnen staan in moeilijke situaties. Ook wordt er gezongen dat de matrozen goed moeten kunnen vechten en niet bang moeten zijn voor een beetje bloedvergieten.
Het volksliedje benadrukt het avontuurlijke en gevaarlijke karakter van het varen en het kaap’ren. Het is een wereld waarin mannen moeten laten zien wat ze waard zijn en waarin ze moeten vechten voor hun leven en voor hun schip. Het is een wereld van piraten en zeeslagen, waarin alleen de sterksten en de moedigsten overleven.
Toch zit er ook een komische noot in het volksliedje, want uiteindelijk blijkt het meisje dat zich vermomd heeft als jongen een belangrijke rol te spelen in het verhaal. Ze weet de vijand te slim af te zijn en redt het schip en haar bemanning van de ondergang. Hiermee laat het volksliedje zien dat dapperheid en moed niet alleen aan mannen zijn voorbehouden, maar dat ook vrouwen hun mannetje kunnen staan in gevaarlijke situaties.
Kortom, het volksliedje “Daar was laatst een meisje loos” vertelt op een humoristische en avontuurlijke manier over wie er geschikt zijn om te kaap’ren te gaan varen. Stoere en dappere mannen, maar ook vrouwen die weten wat ze willen en die niet bang zijn om voor zichzelf op te komen. Het is een liedje dat al eeuwenlang wordt gezongen en nog altijd tot de verbeelding spreekt.