Abrahams zoon Isaak was getrouwd met Rebekka. Rebekka was de dochter van Bethuel, de zoon van Milcah en Nahor, en de zus van Laban. Isaak ontmoette Rebekka toen hij naar het land van zijn familie reisde om een vrouw te vinden.
Het verhaal van Isaak en Rebekka is een van de bekendste verhalen uit de Bijbel. Volgens de Bijbel was Rebekka een zeer mooie vrouw en Isaak werd meteen verliefd op haar. Hij nam haar mee naar zijn moeders tent en trouwde met haar.
Samen kregen Isaak en Rebekka twee zonen, Jakob en Esau. Jakob werd later bekend als de vader van de twaalf stammen van Israël. Rebekka speelde een belangrijke rol in het leven van haar zonen, vooral in het verhaal van Jakob en Esau waarin ze Jakob hielp om de zegen van zijn vader te krijgen.
Rebekka wordt beschreven als een sterke en slimme vrouw die een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van het Joodse volk. Haar relatie met Isaak wordt vaak gezien als een voorbeeld van een liefdevol en respectvol huwelijk.
Dus, de echtegenote van Abrahams zoon Isaak was Rebekka, een vrouw die een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van het Joodse volk en wiens naam voor altijd verbonden zal blijven met het verhaal van Isaak en Rebekka.