Het labyrint waarin de Minotaurus gevangen zat, wordt toegeschreven aan de legendarische architect en uitvinder Daedalus. Volgens de Griekse mythologie was Daedalus een van de grootste en meest getalenteerde ambachtslieden van zijn tijd. Hij stond bekend om zijn inventiviteit en zijn vaardigheid in het bouwen van complexe structuren.
Het verhaal van het labyrint begint met koning Minos van Kreta, die de hulp van Daedalus inriep om een gevangenis te ontwerpen voor de Minotaurus, een monsterlijk wezen met het lichaam van een man en de kop van een stier. Minos had de Minotaurus laten verwekken door zijn vrouw Pasiphae als straf voor het verraad van Poseidon. Daedalus bouwde een intrigerend doolhof met vele gangen en doodlopende paden, zodat niemand die erin werd gestuurd, ooit de weg naar buiten kon vinden.
Het labyrint was zo ingenieus ontworpen dat zelfs Daedalus zelf moeite had om eruit te ontsnappen nadat hij het had voltooid. Hij werd gedwongen om zijn eigen creatie te gebruiken om te ontsnappen aan de wraakzuchtige koning Minos, die hem vasthield op het eiland Kreta. Daedalus wist echter te ontsnappen door vleugels van vogelveren en was vastgemaakt met was te bouwen voor zichzelf en zijn zoon Icarus. Ze vlogen weg van Kreta, maar Icarus vloog te dicht bij de zon, waardoor de was smolt en hij in zee stortte en verdronk.
Het verhaal van Daedalus en het labyrint blijft tot op de dag van vandaag een van de meest bekende en intrigerende verhalen uit de Griekse mythologie. Het labyrint staat symbool voor complexiteit en verwarring, terwijl Daedalus wordt gezien als een symbool van creativiteit en vindingrijkheid. Zijn vermogen om te bouwen en te ontsnappen aan zijn eigen creatie maakt hem tot een legendarische figuur in de wereld van de mythologie.