De stamnaam die ook wordt gebruikt voor het oude Israël is de naam “Israël”. Deze naam is afgeleid van de Bijbelse figuur Jacob, die later de naam Israël kreeg na een gevecht met een engel. Israël wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar zowel het oude koninkrijk Israël als het moderne land Israël.
Het oude koninkrijk Israël was een van de twee koninkrijken die ontstonden na de splitsing van het Verenigd Koninkrijk Israël en Juda. Het koninkrijk Israël bestond van ongeveer 930-720 v.Chr. en had Samaria als hoofdstad. Het koninkrijk werd uiteindelijk veroverd door de Assyriërs en de bevolking werd gedeporteerd.
Na de Babylonische ballingschap werd het land opnieuw bewoond en in de 20e eeuw werd de staat Israël opgericht in het gebied dat vroeger het oude koninkrijk Israël was. Het moderne Israël is een soevereine staat die wordt bewoond door Joden, Arabieren en andere etnische groepen.
De naam Israël wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar het Joodse volk en hun land, en het heeft een diepe symbolische betekenis voor zowel Joden als christenen. Het staat voor het uitverkoren volk van God en wordt gezien als een belofte van hoop en verlossing.
Al met al is de naam Israël een belangrijk en betekenisvol symbool dat zowel het oude koninkrijk Israël als het moderne land Israël verbindt en een belangrijke rol speelt in de geschiedenis en spiritualiteit van het Joodse volk.