Op 6 oktober 1981 werd de Egyptische president Anwar Sadat op tragische wijze vermoord tijdens een militaire parade in Caïro. Sadat, die eerder als vicepresident diende onder de legendarische president Gamal Abdel Nasser, stond bekend om zijn pogingen tot vrede en diplomatie in het Midden-Oosten.
Sadat was een controversiële figuur in de Egyptische politiek. Hij werd bekritiseerd door sommigen voor zijn toenadering tot Israël en het sluiten van vrede met het buurland tijdens de Camp David-akkoorden in 1978. Zijn acties werden gezien als verraad door sommige Arabische landen en extremistische groeperingen.
De moord op Sadat vond plaats tijdens de jaarlijkse viering van de Egyptische overwinning op Israël tijdens de Yom Kippoeroorlog. Terwijl de president de parade inspecteerde, opende een groep van islamitische fundamentalisten het vuur op hem. Sadat werd meerdere keren geraakt en stierf kort daarna aan zijn verwondingen.
De daders van de moord werden geïdentificeerd als leden van de Egyptische Islamitische Jihad, een extremistische groepering die tegen de toenadering tot Israël was. Verschillende van de samenzweerders werden gearresteerd en berecht voor hun betrokkenheid bij de moord.
De dood van Anwar Sadat schokte de wereld en bracht rouw in Egypte en daarbuiten. Zijn nalatenschap als een leider die streed voor vrede en diplomatie blijft tot op de dag van vandaag voortleven. Sadat wordt herinnerd als een moedige en visionaire leider die zijn leven gaf in de strijd voor een betere toekomst voor zijn volk en de regio.