In 2002 werd het kryptische waterdier, de bever, opnieuw uitgezet in Nederland. Na een afwezigheid van ruim 150 jaar keerde de bever terug naar de Nederlandse natuur.
De bever, ooit een veelvoorkomend dier in Nederland, werd in de 19e eeuw bijna volledig uitgeroeid vanwege de jacht op zijn vacht en vanwege het feit dat zijn leefgebied steeds verder werd aangetast. Maar dankzij strenge beschermingsmaatregelen en herintroductieprogramma’s werd de bever in de jaren 80 en 90 weer langzaam geherintroduceerd in verschillende gebieden in Nederland.
In 2002 werd besloten om de bever ook in de Biesbosch opnieuw uit te zetten. De Biesbosch, een uitgestrekt natuurgebied met veel water en moerassen, bleek een geschikte leefomgeving voor de bever. Door de herintroductie van de bever hoopte men niet alleen het dier zelf een kans te geven om te overleven, maar ook om de natuurlijke balans in het gebied te herstellen.
De bever is een belangrijke soort voor het ecosysteem. Door zijn activiteiten, zoals het bouwen van dammen en het knagen aan bomen, creëert de bever nieuwe leefgebieden voor andere dieren en zorgt hij voor extra biodiversiteit in het gebied. Daarnaast heeft de bever een belangrijke rol in de waterhuishouding, doordat hij met zijn dammen en kanalen water vasthoudt en de waterstand reguleert.
De herintroductie van de bever in Nederland is dan ook een succesverhaal te noemen. Het aantal bevers in Nederland groeit gestaag en het dier heeft inmiddels zijn plek weer veroverd in de Nederlandse natuur. De terugkeer van de bever laat zien dat met de juiste maatregelen en bescherming het mogelijk is om bedreigde diersoorten een tweede kans te geven en de natuur te herstellen.