Het Spaanse woord “señor” ligt ten grondslag aan de spotnaam “sinjoren” voor Antwerpenaren. Deze bijnaam werd bedacht door de Brusselaars en wordt gebruikt om de inwoners van Antwerpen te plagen en te bespotten.
De term “sinjoren” komt voort uit de Spaanse bezetting van de Lage Landen in de 16e en 17e eeuw. Tijdens deze periode werden Antwerpenaren beschouwd als arrogant en hooghartig door de Spanjaarden. De Spanjaarden gebruikten het woord “señor” om een respectvolle titel aan te duiden, maar de Brusselaars draaiden dit om en begonnen de inwoners van Antwerpen spottend “sinjoren” te noemen.
De spotnaam werd al snel overgenomen en geïntegreerd in de volkstaal van Antwerpen. De Antwerpenaren hebben de bijnaam omarmd en gebruiken deze nu zelf ook met trots. Hoewel de oorspronkelijke betekenis negatief was, wordt de term nu vaak gebruikt als een geuzennaam om de trotse en eigenzinnige aard van de Antwerpenaren te benadrukken.
De spotnaam “sinjoren” voor Antwerpenaren is dus een interessant voorbeeld van hoe taal en cultuur elkaar kunnen beïnvloeden en hoe een negatieve bijnaam uiteindelijk tot een geuzennaam kan worden omgevormd. Het laat zien hoe de geschiedenis en de politieke context van een stad invloed kunnen hebben op de manier waarop haar inwoners worden gezien en genoemd.