Het schaakstuk met de minste waarde is de pion. In het schaakspel zijn er in totaal zes verschillende stukken: koning, dame, toren, loper, paard en pion. Elk stuk heeft zijn eigen unieke bewegingsmogelijkheden en waarde op het speelbord.
De pion is het kleinste en meest talrijke stuk op het schaakbord. Het kan alleen vooruit bewegen, maar slaat diagonaal. De pion heeft een waarde van 1 punt, terwijl de andere stukken variëren in waarde: de loper en het paard hebben elk 3 punten, de toren 5 punten, de dame 9 punten en de koning heeft eigenlijk geen waarde.
Hoewel de pion de minste waarde heeft, is het toch een belangrijk stuk in het spel. Het kan de weg vrijmaken voor andere stukken, de tegenstander dwingen om stukken te ruilen en uiteindelijk promoveren tot een krachtiger stuk wanneer het de overkant van het bord bereikt.
Dus hoewel de pion misschien niet het meest waardevolle stuk is, is het zeker een essentieel onderdeel van het schaakspel en kan het een grote rol spelen in het bepalen van de uitkomst van een partij.