De Hebreeuwse naam voor God is יהוה, uitgesproken als “JHWH” of “Jehovah”. Deze naam is een van de meest heilige namen in het Jodendom en wordt vaak vertaald als “Ik ben die Ik ben” of “Ik zal zijn die Ik zal zijn”. In het Hebreeuws bestaat de naam uit vier medeklinkers, die worden geschreven als Yod, Heh, Vav en Heh.
De naam “JHWH” wordt vaak als te heilig beschouwd om uit te spreken, en daarom wordt het vaak vervangen door andere titels zoals Adonai (Heer) of Hashem (de Naam). Deze praktijk komt voort uit het gebod in de Tien Geboden om de naam van God niet ijdel te gebruiken.
De naam “JHWH” wordt vaak geassocieerd met de God van het Oude Testament, de schepper van hemel en aarde en de God van het Joodse volk. In het jodendom wordt deze naam beschouwd als de ultieme bron van kracht en autoriteit, en wordt daarom met diep respect behandeld.
Hoewel de exacte uitspraak en betekenis van de naam “JHWH” nog steeds onderwerp van debat zijn onder Bijbelgeleerden, blijft het een belangrijk symbool van het geloof en de aanbidding van God in het Jodendom. Het staat voor de eeuwige aanwezigheid en macht van God in het leven van zijn volk, en wordt met grote eerbied behandeld in gebeden en liturgische teksten.