De naam van het paard van Alexander de Grote was Bucephalus, wat in het Grieks “ox head” betekent. Deze naam werd gegeven vanwege de opvallende brede en krachtige kop van het paard, die leek op die van een os.
Bucephalus was een van de meest beroemde paarden uit de oude geschiedenis en speelde een belangrijke rol in het leven van Alexander de Grote. Volgens de legende was Bucephalus een wild en onhandelbaar paard dat niemand kon berijden. Toen Alexander de Grote het paard zag, vroeg hij zijn vader, koning Philip II van Macedonië, of hij hem mocht berijden. Philip II stemde toe, op voorwaarde dat Alexander het paard zou kunnen temmen.
Met vastberadenheid en geduld slaagde Alexander erin om Bucephalus te temmen door de oorzaak van zijn angst, zijn eigen schaduw, te begrijpen en hem te kalmeren. Vanaf dat moment waren Alexander en Bucephalus onafscheidelijk en samen namen ze deel aan vele veldslagen en veroveringen.
Bucephalus stierf op de leeftijd van dertig jaar tijdens de slag om de Hydaspes in 326 voor Christus. Alexander was diep bedroefd door het verlies van zijn geliefde metgezel en richtte ter ere van Bucephalus een stad op die naar hem werd vernoemd.
De naam Bucephalus is door de eeuwen heen synoniem geworden met moed, doorzettingsvermogen en de band tussen mens en dier. Het paard van Alexander de Grote blijft een iconisch figuur in de geschiedenis en herinnert ons aan de kracht van een hechte relatie tussen mens en dier.