In de tijd waarin de koning het heel koud heeft, speelt zich een bijzonder verhaal af. Het is winter in het koninkrijk en de vorst zit bibberend op zijn troon. Zelfs met zijn warme mantel en kachel naast zich, kan hij de kou niet verdrijven. Zijn hofhouding staat bezorgd om hem heen en probeert van alles om hem op te warmen.
De koning heeft altijd bekend gestaan om zijn liefde voor de winter. Hij geniet van de besneeuwde landschappen en de gezelligheid van de feestdagen. Maar dit jaar lijkt de kou hem extra hard te treffen. Zijn gezicht is bleek en zijn handen trillen van de kou. Zelfs zijn favoriete maaltijden kunnen hem niet opwarmen.
De hofhouding roept de hulp in van de beste artsen en alchemisten in het koninkrijk, maar niemand kan een verklaring vinden voor de kou die de koning teistert. Zelfs de tovenaars en waarzeggers worden erbij gehaald, maar ook zij staan voor een raadsel.
De koning zelf blijft stoïcijns en weigert toe te geven aan zijn zwakte. Hij blijft op zijn troon zitten, ondanks de rillingen die door zijn lichaam trekken. Zijn onderdanen kijken met bezorgde blikken naar hem en proberen hem te troosten met warme dekens en drankjes.
Na dagen van kou en ongemak, lijkt er eindelijk een doorbraak te komen. Een jonge dienstmeid ontdekt een geheimzinnig amulet dat de koning ooit cadeau kreeg van een oude wijze. Ze brengt het amulet naar de koning en legt het om zijn nek. Meteen voelt de vorst een warme gloed door zijn lichaam stromen en verdwijnt de kou als sneeuw voor de zon.
De koning straalt weer als vanouds en bedankt de dienstmeid met een rijke beloning. Het koninkrijk viert feest en de vorst wordt weer omringd door warmte en liefde. En zo eindigt het verhaal van de tijd waarin de koning het heel koud had, maar uiteindelijk de warmte terugvond dankzij een mysterieus amulet.