In de middeleeuwen was verlichting een belangrijk aspect van het dagelijks leven. Hoewel er geen elektriciteit was zoals wij die vandaag de dag kennen, werden er verschillende methoden gebruikt om ruimtes te verlichten en duisternis te verdrijven.
Een van de belangrijkste vormen van verlichting in de middeleeuwen was kaarslicht. Kaarsen werden gemaakt van bijenwas of talg en werden in kandelaars geplaatst om ruimtes te verlichten. Kaarslicht was echter niet erg helder en kon snel opbranden, dus het was geen erg efficiënte vorm van verlichting.
Een andere vorm van verlichting die in de middeleeuwen werd gebruikt, waren olielampen. Deze werden gevuld met olie en hadden een lont die werd aangestoken om licht te geven. Olielampen waren helderder en brandden langer dan kaarsen, maar waren ook duurder en moeilijker te onderhouden.
Een andere belangrijke vorm van verlichting was het gebruik van fakkels. Fakkels waren grote brandende stokken die werden gebruikt om buitenruimtes te verlichten en werden vaak gebruikt tijdens processies en feesten. Fakkels waren echter gevaarlijk en moeilijk te hanteren, dus werden ze meestal alleen buiten gebruikt.
Naast deze traditionele vormen van verlichting, maakten sommige mensen in de middeleeuwen ook gebruik van reflecterende materialen om ruimtes te verlichten. Dit konden bijvoorbeeld metalen schalen of spiegels zijn die het licht reflecteerden en zo de ruimte helderder maakten.
Al met al was verlichting in de middeleeuwen een belangrijk aspect van het dagelijks leven. Hoewel de methoden misschien primitief waren in vergelijking met de verlichting die we vandaag de dag hebben, waren ze essentieel voor het verlichten van ruimtes en het creëren van een veilige en gezellige sfeer, vooral tijdens de lange en donkere winteravonden.