Het roofdier waarmee ik heen en weer loop. crypt.
In de donkere nacht loop ik heen en weer, altijd op mijn hoede voor het roofdier dat mij op de hielen zit. Ik kan zijn ogen in de duisternis voelen branden, zijn adem op mijn nek voelen. Hij is sluipend en meedogenloos, altijd op zoek naar zijn prooi.
Ik weet niet waar hij vandaan komt of wat zijn motieven zijn. Misschien is hij gewoon op zoek naar voedsel, naar iets om zijn honger te stillen. Maar ik voel dat er meer aan de hand is, dat er een duistere kracht schuilgaat achter zijn jagende blik.
Ik probeer me te verstoppen, me klein te maken en onzichtbaar te worden voor zijn scherpe zintuigen. Maar hij lijkt altijd te weten waar ik ben, altijd precies op het juiste moment toe te slaan.
Ik weet dat ik niet voor altijd kan blijven rennen, dat op een dag mijn krachten zullen opraken en hij me zal inhalen. Maar tot die tijd zal ik blijven vechten, blijven proberen om uit zijn klauwen te blijven.
Het roofdier waarmee ik heen en weer loop, in een eindeloos kat-en-muisspel waarvan ik niet weet hoe het zal eindigen. Maar ik zal blijven strijden, blijven hopen dat ik ooit aan zijn greep zal ontsnappen en weer vrij zal zijn.