“Gaan een voor een in de tuinafscheiding nogal beneveld” is een prachtig gedicht van de Nederlandse dichter J.C. Bloem. Het gedicht beschrijft op een poëtische manier een groep mensen die langzaam voorbijgaan langs een omheining in een tuin, terwijl de sfeer beneveld en mysterieus is.
Het gedicht begint met de zin “Gaan een voor een in de tuinafscheiding nogal beneveld”, waarbij de lezer meteen wordt meegevoerd naar een rustige en bedwelmende sfeer. De woorden “een voor een” suggereren een langzame en aandachtige beweging, terwijl “beneveld” zinspeelt op een soort bedwelming of betovering.
In het gedicht wordt verder beschreven hoe de voorbijgangers langzaam en stil voorbijgaan langs de tuinafscheiding, terwijl de sfeer mysterieus en ongrijpbaar blijft. De dichter weet op een subtiele manier een gevoel van melancholie en vergankelijkheid op te roepen, waardoor de lezer wordt meegenomen in een droomachtige wereld.
De tuinafscheiding fungeert in het gedicht als een symbolische grens tussen de wereld van de voorbijgangers en de buitenwereld, en lijkt bij te dragen aan de geheimzinnige sfeer die het gedicht kenmerkt. De keuze van de dichter om de voorbijgangers slechts langzaam en in groepjes voorbij te laten gaan, draagt bij aan de poëtische lading van het gedicht en laat de lezer achter met een gevoel van verwondering en contemplatie.
Al met al is “Gaan een voor een in de tuinafscheiding nogal beneveld” een prachtig gedicht dat op meesterlijke wijze een sfeer van mysterie en vergankelijkheid weet op te roepen. J.C. Bloem weet met slechts enkele woorden een wereld te creëren die de lezer nog lang zal bijblijven.