De eerste zoon van Noach kreeg er lucht van dat zijn vader een grote ark aan het bouwen was. Vol verbazing en nieuwsgierigheid keek hij toe hoe Noach en zijn familie bezig waren met het verzamelen van dieren en voorraden voor de grote overstroming die zou komen.
De zoon, die de naam Sem droeg, kon niet begrijpen waarom zijn vader zo’n enorme boot aan het bouwen was. Hij had nog nooit zoiets gezien en vroeg zich af wat er aan de hand was. Noach vertelde hem over de grote zondvloed die zou komen en hoe God hem had opgedragen om de ark te bouwen om zichzelf, zijn familie en alle dieren te redden.
Sem was verbaasd en bang voor het onbekende, maar hij vertrouwde op zijn vader en hielp hem met het verzamelen van de dieren en het bouwen van de ark. Hij was vastbesloten om te overleven en Gods plan te volgen, hoe moeilijk het ook was.
Toen de regen begon te vallen en het water steeg, zaten Noach, zijn familie en alle dieren veilig en droog in de ark. Sem keek naar buiten en zag hoe de wereld overspoeld werd door water. Hij voelde zich dankbaar dat hij gehoor had gegeven aan de waarschuwing van God en zijn vader.
Uiteindelijk kwam de ark tot stilstand op de berg Ararat en konden Noach, zijn familie en alle dieren veilig aan land gaan. Sem was blij en dankbaar dat ze allemaal gered waren en vastbesloten om een nieuw leven te beginnen, wetende dat God altijd voor hen zou zorgen.