De codenaam van de aanval op Irak in 1998 was Operation Desert Fox. Deze militaire operatie werd uitgevoerd door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk als reactie op de weigering van Irak om samen te werken met de Verenigde Naties en wapeninspecties toe te staan.
Operation Desert Fox werd gelanceerd op 16 december 1998 en duurde vier dagen. De aanval richtte zich voornamelijk op doelen van het Iraakse regime, waaronder militaire installaties, commandocentra en communicatienetwerken. De operatie werd beschouwd als een succes, omdat het de capaciteit van Irak om massavernietigingswapens te produceren en te gebruiken aanzienlijk verminderde.
De codenaam Desert Fox verwijst naar Generaal Erwin Rommel, een Duitse militaire commandant die tijdens de Tweede Wereldoorlog bekend stond om zijn strategische bekwaamheid en moed. De keuze van deze codenaam was bedoeld om de vastberadenheid en vastberadenheid van de coalitiekrachten in hun missie tegen Irak te benadrukken.
Operation Desert Fox werd internationaal veroordeeld door sommige landen, die het zagen als een schending van de soevereiniteit van Irak en een ongerechtvaardigde militaire interventie. Anderen prezen echter de actie als een noodzakelijke stap om de veiligheid en stabiliteit in de regio te waarborgen.
In de nasleep van de aanval werd er een tijdelijk staakt-het-vuren bereikt tussen Irak en de Verenigde Naties, waardoor wapeninspecties konden worden hervat. Ondanks dit tijdelijke akkoord bleven de spanningen tussen Irak en de internationale gemeenschap hoog, wat uiteindelijk leidde tot latere militaire interventies in het land.
Operation Desert Fox staat nog steeds bekend als een controversiële militaire operatie, maar wordt over het algemeen gezien als een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de betrekkingen tussen het Westen en het Midden-Oosten.