In het voorjaar van 1945 werd Berlijn bevrijd door het Rode Leger, en hoewel velen blij waren met de bevrijding, was de situatie in de stad verre van ideaal. De strijd om Berlijn was een van de bloedigste en meest verwoestende gevechten van de Tweede Wereldoorlog, met tienduizenden doden en enorme schade aan de stad.
De inwoners van Berlijn waren al jarenlang onderdrukt en geterroriseerd onder het naziregime, dus de komst van het Rode Leger werd over het algemeen gezien als een bevrijding. Echter, de Sovjet-soldaten waren niet altijd even vriendelijk voor de bevolking. Er waren talloze verhalen van plunderingen, verkrachtingen en wreedheden door de troepen, wat leidde tot angst en wantrouwen onder de inwoners.
Ondanks de grimmige omstandigheden waren er ook momenten van solidariteit en hoop in Berlijn. Veel inwoners werkten samen om te overleven en elkaar te helpen in de nasleep van de gevechten. Hulporganisaties en internationale hulpverleners kwamen naar de stad om te helpen bij de wederopbouw en het bieden van humanitaire hulp aan de slachtoffers.
Het contrast tussen blijdschap en verdriet, tussen hoop en angst, was duidelijk zichtbaar in Berlijn in het voorjaar van 1945. Ondanks de verschrikkingen van de oorlog en de nasleep daarvan, slaagden de inwoners erin om door te gaan en te streven naar een betere toekomst. Het verhaal van blij (met) – zoals (niet) in Berlijn is een complex en gelaagd verhaal van menselijke veerkracht en doorzettingsvermogen in de meest moeilijke tijden.