In het gedicht “Aagt” van de Nederlandse dichter Staring wordt een vuile en morsige vrouw beschreven. Aagt wordt neergezet als een onverzorgde en slonzige persoon, die weinig aandacht besteedt aan haar uiterlijk.
Het gedicht begint met de woorden “Vuile morsige vrouw zoals Aagt”, waarbij direct duidelijk wordt dat Aagt niet bepaald een complimenteuze omschrijving krijgt. Staring gebruikt krachtige beeldspraak en sprekende woorden om de lezer een duidelijk beeld te geven van deze vrouw.
Aagt wordt beschreven als iemand die er verwaarloosd uitziet en weinig moeite doet om zichzelf te verzorgen. Haar kleding is vies en versleten, haar huid grauw en onverzorgd. Ze lijkt zich niet te bekommeren om wat anderen van haar denken en leeft haar eigen leven, ongeacht de verwachtingen van de maatschappij.
Het gedicht roept een gevoel van afkeer en afstand op ten opzichte van Aagt, maar tegelijkertijd ook een zekere vorm van medelijden. Staring weet op een indringende manier de complexiteit van menselijke emoties en reacties op te roepen door middel van zijn poëzie.
Al met al is “Aagt” een gedicht dat de lezer confronteert met de rauwe werkelijkheid van het menselijk bestaan en de soms onaangename waarheden die daarbij horen. Staring weet met zijn woorden een beeld te schetsen dat blijft hangen en de lezer aan het denken zet over thema’s als uiterlijk, zelfbeeld en acceptatie.