In veel sprookjes komt het fenomeen “komt voor” voor. Dit kan verwijzen naar verschillende elementen in het verhaal, zoals personages, gebeurtenissen of objecten die herhaaldelijk voorkomen en een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van het verhaal.
Een van de meest voorkomende elementen in sprookjes is het motief van de heks of tovenaar die het lot van de hoofdpersonages beïnvloedt. Deze boosaardige figuren komen vaak voor in sprookjes en zijn verantwoordelijk voor het creëren van obstakels en uitdagingen die de helden moeten overwinnen om hun doelen te bereiken.
Een ander veelvoorkomend element in sprookjes is het motief van de prins of prinses die in nood verkeert en gered moet worden door de held van het verhaal. Dit thema van redding en liefde is een terugkerend thema in veel sprookjes en symboliseert vaak de overwinning van goed over kwaad.
Naast personages spelen ook objecten een belangrijke rol in sprookjes. Denk bijvoorbeeld aan de glazen muiltjes van Assepoester of het vergiftigde appeltje van Sneeuwwitje. Deze magische objecten helpen de hoofdpersonages vaak om hun doelen te bereiken of vormen juist een bedreiging die overwonnen moet worden.
Kortom, het motief van “komt voor” is een essentieel onderdeel van sprookjes en draagt bij aan de magie en betovering van deze tijdloze verhalen. Door de herhaling van bepaalde elementen worden de thema’s en boodschappen van het verhaal versterkt en krijgt het geheel een diepere betekenis.