Op 22 november 1963 werd de Amerikaanse president John F. Kennedy op tragische wijze vermoord in de stad Dallas, Texas. Kennedy was op dat moment op een politieke reis door Texas, met als doel om steun te vergaren voor zijn herverkiezingscampagne in 1964.
De moord vond plaats terwijl Kennedy en zijn vrouw, Jackie Kennedy, in een open limousine door Dealey Plaza reden in Dallas. Om 12:30 uur lokale tijd werd Kennedy getroffen door twee kogels, waarvan één fataal was. De president werd onmiddellijk naar het Parkland Memorial Hospital gebracht, maar overleed kort daarna aan zijn verwondingen.
De dader van de moord, Lee Harvey Oswald, werd gearresteerd en beschuldigd van het vermoorden van de president. Oswald werd twee dagen later zelf doodgeschoten door de nachtclubeigenaar Jack Ruby, voordat hij voor de rechter kon worden gebracht.
De moord op John F. Kennedy schokte niet alleen de Verenigde Staten, maar de hele wereld. Het was een gebeurtenis die de loop van de geschiedenis veranderde en de Amerikaanse samenleving diep raakte. De nasleep van de moord leidde tot talloze complottheorieën en onderzoeken naar de ware toedracht van de gebeurtenis.
Na de moord werd John F. Kennedy op 25 november 1963 begraven op de begraafplaats Arlington National Cemetery in Arlington, Virginia. Zijn nalatenschap als een charismatische en inspirerende leider blijft voortleven, zelfs na bijna 60 jaar sinds zijn vroegtijdige dood in Dallas.