Het zevende deel van het Oude Testament dat volgt op het boek Jozua wordt genoemd: Richteren. Dit boek is een belangrijk onderdeel van de Hebreeuwse Bijbel en vertelt het verhaal van de periode na de dood van Jozua, toen de Israëlieten hun nieuwe land Kanaän binnentrokken.
Het boek Richteren begint met de Israëlieten die niet langer een centrale leider hebben na de dood van Jozua. In plaats daarvan worden ze geleid door een reeks van rechters die door God zijn aangesteld om hen te bevrijden van onderdrukking en om hen terug te leiden naar het dienen van God. Deze rechters waren geen juridische figuren zoals we die vandaag kennen, maar eerder militaire en spirituele leiders die werden gekozen om het volk te leiden in tijden van crisis.
Het boek Richteren beschrijft het patroon van zonde, straf, berouw en redding dat de Israëlieten keer op keer doorlopen. Telkens wanneer ze zich afkeren van God en afgoden gaan vereren, worden ze onderdrukt door vijandelijke volken. Maar wanneer ze zich bekeren en God om hulp roepen, stuurt Hij een rechter om hen te bevrijden en hen terug te leiden naar de ware aanbidding.
Een van de bekendste verhalen in het boek Richteren is het verhaal van Debora, de enige vrouwelijke rechter die wordt genoemd in de Bijbel. Debora leidde het Israëlitische leger naar een overwinning tegen de Kanaänieten en werd geprezen als een profetes en een moedige leider.
Het boek Richteren eindigt met een verontrustende periode van moreel verval en anarchie onder het Israëlitische volk. Het laat zien hoe belangrijk het is voor de Israëlieten om trouw te blijven aan God en Zijn geboden, en hoe snel ze kunnen afdwalen als ze hun eigen wegen volgen.
Al met al is het boek Richteren een fascinerend en leerzaam deel van het Oude Testament dat ons herinnert aan de kracht van God om ons te bevrijden van zonde en onderdrukking. Het is een boek dat ons oproept om standvastig te blijven in ons geloof en om altijd terug te keren naar God, zelfs in tijden van tegenspoed.