“Heel voorkomend in de vraag al antwoorden” is een uitdrukking die vaak wordt gebruikt om aan te geven dat het antwoord op een vraag al in de vraag zelf besloten ligt. Met andere woorden, het antwoord is zo voor de hand liggend dat het eigenlijk niet eens nodig is om de vraag te stellen.
Deze uitdrukking wordt vaak gebruikt wanneer iemand een vraag stelt waarvan het antwoord zo voor de hand liggend is dat het eigenlijk overbodig is om de vraag te stellen. Het kan ook worden gebruikt wanneer iemand een vraag stelt waarvan het antwoord al bekend is bij de persoon die de vraag stelt.
Een voorbeeld van wanneer deze uitdrukking kan worden gebruikt is wanneer iemand vraagt: “Wat is de hoofdstad van Nederland?” Het antwoord op deze vraag, Amsterdam, is zo bekend en voor de hand liggend dat het eigenlijk niet nodig is om de vraag te stellen. In dit geval zou je kunnen zeggen: “Dat is heel voorkomend in de vraag al antwoorden.”
De uitdrukking kan ook worden gebruikt om aan te geven dat iets zo duidelijk is dat het niet expliciet hoeft te worden vermeld. Bijvoorbeeld, als iemand vraagt: “Wat is twee plus twee?” en het antwoord is natuurlijk vier, dan zou je kunnen zeggen: “Dat is heel voorkomend in de vraag al antwoorden.”
Kortom, “heel voorkomend in de vraag al antwoorden” is een uitdrukking die aangeeft dat het antwoord op een vraag zo voor de hand liggend is dat het eigenlijk niet nodig is om de vraag te stellen. Het wordt vaak gebruikt in situaties waarin het antwoord al bekend is of zo duidelijk is dat het niet expliciet hoeft te worden vermeld.