Het buitenverblijf van de Amerikaanse president in Maryland staat bekend als Camp David. Gelegen in de bergen van Catoctin Mountain Park, ongeveer 100 kilometer ten noordwesten van Washington D.C., biedt Camp David een afgelegen en rustige toevluchtsoord voor de president en zijn familie.
Het landgoed werd oorspronkelijk opgericht als een toevluchtsoord voor presidenten door president Franklin D. Roosevelt in 1942. Sindsdien hebben bijna alle presidenten het landgoed gebruikt als een ontsnapping uit de drukte van het Witte Huis. Camp David biedt een afgelegen omgeving om te ontspannen, te wandelen, te vissen en te genieten van de natuur.
Het landgoed bestaat uit een reeks huisjes en lodges, evenals een zwembad, tennisbanen en een driving range. Er is ook een conferentiecentrum waar presidenten historische vergaderingen en topontmoetingen hebben gehouden met buitenlandse leiders. Enkele van de meest opmerkelijke bijeenkomsten die hebben plaatsgevonden op Camp David zijn onder meer de Camp David-akkoorden van 1978, die leidden tot een vredesverdrag tussen Israël en Egypte.
Camp David is goed beveiligd en wordt bewaakt door de United States Secret Service. Toegang tot het landgoed is strikt gecontroleerd en alleen toegestaan voor geautoriseerd personeel en genodigden.
Hoewel Camp David voornamelijk wordt gebruikt als een toevluchtsoord voor de president, is het ook een symbolisch en historisch belangrijke locatie. Het landgoed heeft een belangrijke rol gespeeld in de diplomatieke geschiedenis van de Verenigde Staten en zal naar verwachting een belangrijke rol blijven spelen in de toekomst.