Er zijn momenten in ons leven die we liever niet willen herinneren, ervaringen die we liever wegduwen en proberen te vergeten. Zo’n ervaring heb ik ook, eentje die ik liever niet te vaak aan denk.
Het gebeurde een paar jaar geleden, tijdens een vakantie in het buitenland. Ik was op reis met een groep vrienden en we hadden besloten om een excursie te maken naar een afgelegen waterval. Het was een prachtige plek, omringd door weelderig groen en helder blauw water. We besloten om een duik te nemen in het verfrissende water en genoten van de rust en stilte om ons heen.
Maar toen gebeurde het ondenkbare. Terwijl ik aan het zwemmen was, voelde ik opeens een sterke stroming die me meevoerde naar het midden van de waterval. Ik raakte in paniek en probeerde tevergeefs mezelf naar de kant te zwemmen. Na enkele angstige momenten voelde ik mezelf wegzakken in het koude water en verloor ik het bewustzijn.
Toen ik weer bij kennis kwam, lag ik op de kant en werd ik omringd door mijn vrienden die me hadden gered. Ik was geschrokken en beschaamd, maar vooral dankbaar dat ik het had overleefd. Toch is dit een ervaring die ik liever wegduw en niet te vaak aan denk.
Het herinnert me aan mijn kwetsbaarheid en de fragiliteit van het leven. Het is een herinnering aan hoe snel dingen fout kunnen gaan en hoe belangrijk het is om voorzichtig te zijn, vooral in onbekende omgevingen. Het is een ervaring die me nederig maakt en me doet beseffen hoe kostbaar het leven is.
Dus ja, deze ervaring duw ik liever weg en probeer ik te vergeten. Maar tegelijkertijd heeft het me ook geleerd om dankbaar te zijn voor elke dag die ik krijg en om bewust te genieten van het hier en nu. Het heeft me doen inzien dat het leven te kort is om te verspillen aan angst en zorgen, en dat we moeten koesteren wat we hebben.