De sufferd zat in een hoenderhok en wist niet hoe hij daar terecht was gekomen. Het kleine hok was gevuld met kakelende kippen en hij voelde zich behoorlijk ongemakkelijk tussen al dat gefladder en gekakel.
Hij had geen idee hoe hij hier beland was en probeerde zich te herinneren wat er de avond ervoor was gebeurd. Had hij te diep in het glaasje gekeken en was hij per ongeluk in het hoenderhok beland? Of was dit misschien een bizarre droom die hij snel hoopte te ontwaken?
De kippen leken hem vreemd genoeg niet op te merken, alsof hij er niet toe deed in hun kleine wereld. Hij probeerde zich een weg te banen door de drukte van de kippen en vond uiteindelijk een uitgang. Met een zucht van opluchting stapte hij uit het hoenderhok en keek om zich heen.
De zon scheen fel en de wereld leek weer normaal. De sufferd wist dat hij zijn lesje had geleerd en zou voortaan beter uitkijken waar hij belandde. Hij liep weg van het hoenderhok, hopend dat hij nooit meer zo’n vreemde situatie zou meemaken.