De munteenheid van Polen is de Poolse złoty, afgekort als PLN. De złoty is onderverdeeld in 100 groszy. Het woord “złoty” betekent in het Pools “gouden” en de munteenheid heeft een lange geschiedenis die teruggaat tot de 14e eeuw.
De Poolse złoty werd voor het eerst ingevoerd in de 16e eeuw en heeft sindsdien verschillende veranderingen ondergaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de munteenheid vervangen door de Duitse mark, maar na de oorlog werd de złoty weer ingevoerd.
Sinds 1995 is de Poolse złoty een vrij zwevende valuta, wat betekent dat de waarde wordt bepaald door vraag en aanbod op de internationale valutamarkten. De Poolse centrale bank, de Narodowy Bank Polski, is verantwoordelijk voor het beheer en de stabiliteit van de munteenheid.
De Poolse złoty is een van de belangrijkste valuta’s in Centraal-Europa en wordt veel gebruikt in Polen voor dagelijkse transacties. Toeristen kunnen hun geld gemakkelijk omwisselen voor złoty bij banken, wisselkantoren en geldautomaten in het hele land.
Kortom, de munteenheid van Polen is de złoty, die al eeuwenlang een belangrijke rol speelt in de Poolse economie en samenleving. Met zijn afkorting PLN en zijn onderverdeling in groszy is de złoty een kenmerkend aspect van de Poolse financiële wereld.