Op 10 april 2021 heeft de Israëlische president Reuven Rivlin het bloedbad van de Armeniërs in 1915 erkend als genocide, een historische stap die de betrekkingen tussen Israël en Turkije verder onder druk zet. Rivlin sprak tijdens een ceremonie ter herdenking van de massamoord op de Armeniërs en noemde het een “tragische oorlog” die “in de herinneringen van het Joodse volk gegrift zal blijven.”
Het is een opmerkelijke verschuiving in het standpunt van Israël, dat tot nu toe de term genocide heeft vermeden om de betrekkingen met Turkije te beschermen. Turkije heeft altijd ontkend dat de gebeurtenissen van 1915 genocide waren en heeft felle kritiek geuit op landen die de gebeurtenissen als zodanig erkennen.
De erkenning van de genocide door Israël is een belangrijke stap voor de Armeniërs, die al tientallen jaren strijden voor internationale erkenning van de gebeurtenissen als genocide. De massamoord op de Armeniërs vond plaats tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen het Ottomaanse Rijk besloot om de Armeense bevolking uit te roeien. Naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs werden vermoord in wat algemeen wordt beschouwd als de eerste genocide van de 20e eeuw.
De erkenning van de genocide door Israël heeft ook geleid tot spanningen tussen Israël en Turkije, die al gespannen betrekkingen hebben vanwege het Israëlische beleid ten opzichte van de Palestijnen en Turkije’s steun aan de Palestijnse zaak. Turkije heeft de stap van Israël veroordeeld en beschuldigde het land ervan de geschiedenis te manipuleren voor politieke doeleinden.
De erkenning van de genocide door Israël is een belangrijke stap in de strijd tegen ontkenning van genocide en het bevorderen van historische waarheid en gerechtigheid. Het is een krachtig signaal dat genocide nooit mag worden vergeten of genegeerd, en dat de slachtoffers recht hebben op erkenning en gerechtigheid. Het is nu aan de internationale gemeenschap om deze erkenning te ondersteunen en de strijd voort te zetten voor gerechtigheid voor alle slachtoffers van genocide.