Een van de belangrijkste feesten binnen het Jodendom dat herinnert aan de uittocht uit Egypte is Pesach. Pesach, ook wel bekend als het Joodse Paasfeest, is een van de belangrijkste en meest gevierde feesten binnen het Jodendom.
Pesach herinnert aan de bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij in Egypte, zoals beschreven in het Bijbelse verhaal van de Exodus. Volgens de Bijbel werden de Israëlieten onderdrukt en als slaven behandeld door de Egyptenaren, totdat Mozes hen leidde naar de vrijheid. Het feest van Pesach markeert de viering van hun vrijheid en de bevrijding uit de slavernij.
Tijdens Pesach worden verschillende rituelen en tradities gevolgd om de gebeurtenissen van de Exodus te herdenken. Een van de belangrijkste rituelen van Pesach is het eten van matzes, ongerezen brood, dat herinnert aan de haastige vlucht van de Israëlieten uit Egypte, waarbij ze geen tijd hadden om hun brood te laten rijzen. Daarnaast wordt tijdens Pesach ook het traditionele Pesach-sedermaal gehouden, waarbij de Haggada (het verhaal van de Exodus) wordt voorgelezen en verschillende symbolische gerechten worden gegeten.
Het puzzelwoord voor het Joodse feest dat herinnert aan de uittocht uit Egypte is dus Pesach. Door het vieren van Pesach herinneren Joden over de hele wereld zich aan de bevrijding uit de slavernij en aan de hoop op vrijheid en een betere toekomst. Het is een feest vol symboliek, traditie en betekenis, dat tot op de dag van vandaag wordt gevierd door Joden over de hele wereld.