De Volksrepubliek China werd uitgeroepen door niemand minder dan Mao Zedong, de oprichter van de Chinese Communistische Partij. Op 1 oktober 1949 verklaarde Mao Zedong de oprichting van de Volksrepubliek China op het Tiananmen-plein in Peking, te midden van een menigte van honderdduizenden mensen.
De uitroeping van de Volksrepubliek China betekende het einde van de Chinese burgeroorlog, die tussen de communisten onder leiding van Mao Zedong en de nationalistische regering onder leiding van Chiang Kai-shek had gewoed sinds de jaren 1920. Na jaren van strijd en bloedvergieten waren de communisten erin geslaagd om de overhand te krijgen en de macht te grijpen.
Met de oprichting van de Volksrepubliek China markeerde Mao Zedong het begin van een nieuw tijdperk in de Chinese geschiedenis. Hij beloofde het Chinese volk een socialistische samenleving op te bouwen, waarin de belangen van de arbeiders en boeren centraal zouden staan. Onder zijn leiding werden grootschalige hervormingen doorgevoerd, waaronder de collectivisatie van landbouwgrond, de nationalisatie van industrieën en de versterking van de centrale overheid.
Hoewel Mao Zedong wordt geprezen voor het verenigen van China en het bevrijden van het land van buitenlandse invloeden, wordt hij ook bekritiseerd voor zijn autoritaire bewind en de grootschalige mensenrechtenschendingen die plaatsvonden tijdens zijn bewind, zoals de Culturele Revolutie en de Grote Sprong Voorwaarts.
Desondanks blijft Mao Zedong een controversiële figuur in de Chinese geschiedenis, wiens nalatenschap nog steeds voelbaar is in het moderne China. Zijn uitroeping van de Volksrepubliek China markeerde het begin van een nieuw tijdperk voor het land en vormde de basis voor de ontwikkeling van China tot de economische grootmacht die het vandaag de dag is.