Deze grap voor monniken is een grote baksteen. Het klinkt misschien als een vreemde zin, maar het is eigenlijk een bekende grap die al eeuwenlang circuleert onder monniken en geestelijken.
De grap gaat als volgt: een groep monniken is bezig met het bouwen van een nieuwe abdij en ze hebben dringend behoefte aan bakstenen. Ze besluiten om een grote baksteenslag te houden en vragen de lokale bevolking om bakstenen te doneren voor de bouw.
Op een dag komt er een man naar de abdij met een enorme baksteen. Hij vertelt de monniken dat dit de grootste en zwaarste baksteen is die hij ooit heeft gezien en dat hij deze graag wil doneren voor de bouw van de abdij. De monniken zijn verrast en dankbaar voor zijn vrijgevigheid, maar al snel realiseren ze zich dat de baksteen veel te groot en zwaar is om te gebruiken voor de bouw.
De monniken bedanken de man vriendelijk voor zijn donatie en vragen hem of hij misschien een kleinere baksteen kan vinden om te schenken. De man lacht en zegt: “Deze grap voor monniken is een grote baksteen.” De monniken begrijpen de humor van de situatie en moeten toegeven dat ze erin zijn geluisd.
Deze grap voor monniken is een klassieker onder geestelijken en wordt vaak verteld om de lichtheid en humor in het dagelijks leven van de monniken te benadrukken. Het herinnert hen eraan dat zelfs in het streven naar spirituele perfectie, er ruimte is voor plezier en luchtigheid.
Dus de volgende keer dat je een groep monniken ziet die een grote baksteen ontvangen, herinner je dan deze oude grap en glimlach om de eenvoudige waarheid dat zelfs monniken een gevoel voor humor hebben.