Het VMBO heeft een voorganger die bestaat uit 4 letters: MAVO. De afkorting staat voor Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs en was een vorm van voortgezet onderwijs in Nederland die van de jaren 60 tot de jaren 90 populair was.
De MAVO bood een algemeen vormende opleiding aan die zich richtte op theoretisch onderwijs en bereidde leerlingen voor op een vervolgopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs of het hoger onderwijs. De MAVO richtte zich vooral op theoretische vakken zoals Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis en biologie.
In de jaren 90 werd de MAVO samengevoegd met het LBO (Lager Beroepsonderwijs) en vormde samen het VMBO zoals we dat nu kennen. Het VMBO biedt een breed scala aan opleidingen aan op verschillende niveaus, van basis- tot kaderberoepsgerichte leerweg en theoretische leerweg.
Hoewel de MAVO niet meer bestaat als zelfstandige onderwijsvorm, heeft het wel een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het huidige VMBO. Veel elementen van de MAVO zijn nog steeds terug te vinden in het VMBO, zoals de nadruk op theoretisch onderwijs en de voorbereiding op vervolgopleidingen.
Kortom, de MAVO mag dan wel niet meer bestaan, maar de invloed ervan is nog steeds voelbaar in het hedendaagse onderwijssysteem. Het was de voorganger van het VMBO en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het voortgezet onderwijs in Nederland.