In Nederland wordt al decennia lang gesproken over een mogelijke verandering van het kiesstelsel. Het huidige stelsel, dat bekend staat als het ‘dat is een kiesstelsel waar niets aan gedaan is’, wordt door velen als achterhaald en ineffectief beschouwd. Toch lijkt er maar weinig schot te zitten in het daadwerkelijk doorvoeren van veranderingen.
Het huidige kiesstelsel in Nederland is gebaseerd op een systeem van evenredige vertegenwoordiging. Kiezers brengen hun stem uit op een politieke partij, waarna de zetels in de Tweede Kamer evenredig worden verdeeld op basis van het aantal behaalde stemmen. Dit systeem heeft als doel om de verschillende politieke stromingen in Nederland te vertegenwoordigen en een zo breed mogelijke afspiegeling van de samenleving te creëren.
Echter, er zijn de nodige kritieken op dit kiesstelsel. Zo wordt er vaak gewezen op de versplintering van het politieke landschap, waarbij er steeds meer kleine partijen ontstaan die moeizaam tot een coalitie kunnen komen. Daarnaast wordt er ook gesproken over de gebrekkige band tussen kiezers en gekozen volksvertegenwoordigers, omdat de zetelverdeling niet altijd recht doet aan de individuele stem van de kiezer.
Ondanks deze kritiek lijkt er maar weinig animo te zijn voor daadwerkelijke veranderingen in het kiesstelsel. Politieke partijen zijn vaak huiverig om hun machtspositie te verliezen en de huidige coalitie lijkt weinig behoefte te hebben aan een ingrijpende hervorming van het stelsel. Daardoor blijft het ‘dat is een kiesstelsel waar niets aan gedaan is’ voorlopig nog in stand.
Toch blijft de roep om verandering aanhouden. Met de toenemende polarisatie en versplintering van het politieke landschap lijkt het hoog tijd om het kiesstelsel onder de loep te nemen en te kijken naar mogelijke verbeteringen. Alleen zo kan er worden voorkomen dat het ‘dat is een kiesstelsel waar niets aan gedaan is’ nog langer in stand blijft en de democratie in Nederland optimaal kan functioneren.