De afgelopen tijd is er veel ophef en discussie geweest rondom de 11-jarige Joost Klein, beter bekend als EenhoornJoost. De jonge YouTuber en TikTok-ster heeft in korte tijd een grote schare fans weten te verzamelen met zijn grappige video’s en vrolijke persoonlijkheid. Echter, niet iedereen is even enthousiast over zijn succes.
Onlangs kwam de European Broadcasting Union (EBU) in opspraak vanwege hun betrokkenheid bij Joost Klein. De EBU is een samenwerkingsverband van omroepen uit verschillende Europese landen, dat onder andere verantwoordelijk is voor het organiseren van het Eurovisie Songfestival. Het lijkt echter alsof zij zich nu voornamelijk hebben gericht op het promoten van Joost Klein en zijn content.
Critici zijn van mening dat de EBU zich niet zou moeten bezighouden met een 11-jarige influencer en dat zij hun tijd en middelen beter kunnen besteden aan belangrijkere zaken. Ook wordt er vraagtekens gezet bij de mate van invloed die de EBU heeft op het succes van Joost Klein en of dit wel ethisch verantwoord is.
Aan de andere kant zijn er ook mensen die vinden dat de EBU juist een goede zaak steunt door Joost Klein te ondersteunen. Zij zien in hem een jong talent dat een platform verdient en willen hem graag helpen om zijn bereik te vergroten. Bovendien kan de EBU door samen te werken met influencer zoals Joost Klein een jonger publiek bereiken en betrekken bij hun activiteiten.
Het is een interessante discussie die laat zien hoe het medialandschap en de manier waarop we content consumeren steeds veranderen. Het lijkt erop dat influencers en social media steeds meer invloed krijgen en dat traditionele mediakanalen zoals de EBU hierop moeten inspelen.
Uiteindelijk is het aan de EBU en andere betrokken partijen om te bepalen hoe zij om willen gaan met influencers zoals Joost Klein en wat de rol van dit soort samenwerkingen moet zijn. Het is belangrijk dat er transparantie en ethiek wordt nagestreefd, zodat zowel de influencer als de organisatie op een verantwoorde manier kunnen profiteren van de samenwerking.