De Engelse staatsman die geldt als de grondlegger van het Engelse empirisme is John Locke. Locke was een invloedrijke filosoof en politiek denker uit de 17e eeuw, wiens ideeën een grote impact hebben gehad op de ontwikkeling van de moderne westerse filosofie en politiek.
Locke wordt beschouwd als een belangrijke figuur in de empiristische traditie, die stelt dat kennis voortkomt uit ervaring en waarneming. Hij geloofde dat de menselijke geest bij de geboorte een “tabula rasa” is, een leeg blad waarop ervaringen worden geschreven en zo kennis wordt opgedaan. Dit staat in contrast met het rationalisme, dat stelt dat kennis voortkomt uit het gebruik van de rede en het verstand.
Locke’s ideeën hebben grote invloed gehad op het politieke denken van zijn tijd en hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van concepten als vrijheid, gelijkheid en eigendom. In zijn beroemde werk “Two Treatises of Government” betoogde Locke dat regeringen legitimiteit ontlenen aan het volk en dat de macht van de regering beperkt moet zijn om de vrijheid en rechten van individuen te beschermen.
Locke’s empiristische benadering en zijn nadruk op individuele vrijheid en gelijkheid hebben een blijvende invloed gehad op de westerse politieke en filosofische tradities. Zijn ideeën hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van democratische principes en mensenrechten en blijven relevant in het hedendaagse politieke debat. John Locke wordt dan ook terecht beschouwd als de grondlegger van het Engelse empirisme en als een van de belangrijkste denkers uit de geschiedenis.